Aragorn II Elessar Telcontar
Overleg0op deze wiki
Aragorn II Elessar Telcontar was een Man van het verwoeste rijk Arnor. Hij was het Zestiende Hoofd van de Dúnedain en werd later gekroond tot Elessar Telcontar. Hij was de Zesentwintigste Koning van Arnor en de Vierendertigste Koning van Gondor. Hij stichtte het Herenigde Rijk en leidde de Mensen van het Westen naar de overwinning. Hij was een machtige krijger en de Erfgenaam van Isildur. Hij was de zoon van Arathorn II en Gilraen. Hij droeg de Scherven van Narsil en liet het hersmeden tot Anduril, de Vlam van het Westen. Hij werd de grootste man van zijn tijd genoemd.
Geschiedenis
Bewerken
Jeugd
Bewerken
“Ik zie hier een Elfsteen voor me”
Ivorwen, de grootmoeder van Aragorn, voorspelt Aragorn’s toekomst tijdens zijn geboorte.
Aragorn was de zoon van Arathorn II, zoon van Arador, en Gilraen, de dochter van Dírhael en Ivorwen. Hij is op 1 Maart in 2931 van de Derde Era geboren. Hij werd vernoemd naar één van zijn voorvaders, Aragorn I. Hij was de laatste afstammeling van Elendil, op wie hij veel leek. Ook stamde hij van Elendil’s beide zonen, Isildur en Anárion, af. (Van Isildur via Arvedui, de Laatste Koning van Arthedain, en van Anárion via Fíriel, de vrouw van Arvedui.) Ook was hij een afstammeling van Elros, de tweelingsbroer van Elrond.
Toen Aragorn net twee jaar was stierf zijn vader toen een pijl van een Ork zijn oog doorboorde terwijl hij samen met de Zonen van Elrond en nog een paar Dolers op Orks aan het jagen was. Zijn moeder vluchtte hierna samen met Aragorn naar Rivendel waar Elrond, de Half-Elf en Meester van Rivendel, als een vader voor hem was. Elrond hield zijn afstamming voor hem geheim, want hij was bang dat ook hij anders vermoord zou worden net als zijn vader en grootvader, en noemde hem Estel.
Elladan en Elrohir, de Zonen van Elrond, leerden Aragorn vechten en namen hem vaak mee naar de wildernis. Toen hij zestien jaar was en terug kwam uit de wildernis samen met Elrohir en Eladan riep Elrond hem bij zich. Tijdens dit gesprok kreeg Aragorn zijn ware afstamming te horen en kreeg hij een aantal erfstukken van zijn huis: De Ring van Barahir en de Scherven van Narsil. Elrond gaf de Scepter van Annúminas nog niet en zei erover: “Deze moet je nog verdienen.” Vlak voordat Aragorn weer de wildernis in ging en met zijn volk werd herenigd ontmoette hij Arwen, die hij Tinúviel noemde, en was gelijk na deze ontmoeting verliefd op haar, net zoals zijn voorvader Beren en Lúthien.
Zijn Leven als Doler
Bewerken
In de wildernis nam Aragorn de leiding over de overblijfselen van zijn volk op zich en nam de naam Aragorn II aan. In het jaar 2953 was Aragorn niet aanwezig bij de Witte Raad even als bij de Verwoesting van Dol Guldor. In 2956 ontmoette hij de Tovenaar Gandalf voor het eerst en ze werden goede vrienden. Rond deze tijd begon hij zich te interesseren in de Gouw en hij werd in Breeg-Land en de Gouw bekend onder de naam Stapper.

Toegevoegd door Thijs95In Rivendel zei Elrond tegen hem dat als hij met Arwen wilde trouwen hij eerst de Koning van Arnor en Gondor moest worden, net zoals zijn voorvader Elendil. Dit was een bijna onmogelijke opdracht. Aragorn’s voorvader, Beren Erchamion, moest een Silmaril uit de Kroon van Morgoth stelen van Koning Thingel voor hij met diens dochter Lúthien mocht trouwen.
De Jacht op Gollum
Bewerken
Toegevoegd door Thijs95Samen begonnen ze in 3009 te zoeken naar het wezen in Rhovanion terwijl het spoor nog vers was. Het leidde van zijn grot door het Demsterwold naar Esgaroth en vervolgens naar de Straten van Dal. Daar leidde het spoor naar het zuiden, in de richting van Mordor. Gandalf gaf hierna de hoop op en keerde terug naar het Noorden. Aragorn zocht echter veder en waagde zich in het gezicht van de torens van Minas Morgul en de Zwarte Poort. Ook hij gaf in 3018 de hoop op en begon met zijn terugreis naar het Noorden. Bij de grenzen tussen de Dode Moerassen en Ithilien vond hij Gollum toevallig. Hij nam hem gevangen en bracht hem naar de Zalen van Thranduil in het Noordelijke Demsterwold. Hier sprak Gandalf met het wezen en ontdekte hoe Gollum aan de Ring was gekomen.
Het Reisgenootschap van de Ring
Bewerken
De Reis naar de Voorden van de Bruine
Bewerken
Toen Aragorn hoorde van Gildor Inglorion dat de Zwarte Ruiters achter de Ring aan zaten verdubbelde hij de wacht op de Gouw en zocht de Drager van de Ring. Uiteindelijke kruiste hun paden bij Breeg waar Aragorn Frodo hoorde zeggen dat ze de naam Ballings niet mochten gebruiken. Toen de Hobbits binnen werden gelaten in Breeg klom Aragorn over de poort en volgde ze naar de Steigerende Pony. In de Gelagkamer vertelde Pepijn Toek, een metgezel van Frodo, vele zaken over de Gouw aan de Breeg-Landers en zou de naam Ballings gebruiken als Frodo niet snel de aandacht trok. Uiteindelijk viel hij van een tafel en deed de Ring om wat voor veel verwarring zorgde. Bovendien zorgde het er ook voor dat de Zwarte Ruiters erachter kwamen waar de Ring was.
Frodo had een gesprek aan Aragorn beloofd en kort na het incident gingen ze naar een kamer waar ze rustig konden praten. Merijn Brandebok, een andere metgezel van Frodo, was nog steeds niet terug. Aragorn vertelde hun meer over de Zwarte Ruiters en de Mensen van Breeg. Daarna vroeg hij of hij met hun mee mocht. Eerst weigerden ze maar toen Frodo van Gersteman Boterbloem, de herbegier, een brief van Gandalf kreeg (die al meer dan een maand te laat was) besloten ze dat hij mee mocht. Nob, een Hobbit die bij de herberg werkte, vond Merijn uiteindelijk bij het huis van Willem Varaantje terwijl twee gedaantes over hem heen bogen. Aragorn adviseerde de Hobbits om niet naar hun slaapkamers te gaan en dat deden ze ook niet. Met hulp van Gersteman Boterbloem, Nob en Bob kwamen ze de nacht door terwijl de Zwarte Ruiters hun hele slaapkamers slopen en alle pony’s wegjaagden.
Het plan was dat ze de volgende dag vroeg uit Breeg zouden vertrekken. Dit liep echter fout doordat ze een nieuwe pony moesten kopen van Willem Varaantje. Toen ze op het einde van de ochtend eindelijk konden vertreken kwamen mensen uit alle vier de plaatsen van Breeg naar Boogwoorde toe om naar hun vertrek te kijken. Via Boogwoorde gingen Aragorn en de Hobbits de wildernis in. Eerst reisden ze door het Kijtbos en vervolgens door de Muggewater Moerassen. Een paar dagen later kwamen ze op Weertop aan. Vanaf de Weertop konden ze een teken van Gandalf zoeken in de landen rondom de heuvel. In de avond vertelde Aragorn de Hobbits een verhaal over Beren Erchamion.
De Reis door de Mijnen van Moria
Bewerken
Het Breken van het Reisgenootschap
Bewerken
De Oorlog om de Ring
Bewerken
De Tocht door Rohan en de Slag om Helmsdiepte
Bewerken
De Paden der Doden en de Slag om Minas Tirith
Bewerken
De Slag voor de Zwarte Poort en het Veld van Cormalen
Bewerken
De Vierde Era
Bewerken
Namen en Titels
Bewerken
Adapties
Bewerken
Films
Bewerken
Ralph Bakshi's The Lord of the Rings
Bewerken
Rankin/Bass' The Return of the King
Bewerken
Peter Jackson's The Lord of the Rings
Bewerken
The Fellowship of the Ring
Bewerken
The Two Towers
Bewerken
The Return of the King
Bewerken
The Hobbit: Sequel
Bewerken
Online Cinema's Fan-Film: The Hunt for Gollum
Bewerken
Musicals
Bewerken
Games
Bewerken
EA Games
Bewerken
The Lord of the Rings Online
Bewerken
Vivendi & Warner Brothers
Bewerken
Musicals
Bewerken
Overige
Bewerken
Karakter
Bewerken
Wapens
Bewerken
Zwaard
Bewerken
Aragorn gebruikte zijn zwaard als zijn primair wapen, in het boek draagt hij de Scherven van Narsil bij zich. Narsil wordt hersmeed tot Anduril voor het Reisgenootschap vertrekt uit Rivendel.
In de film draagt Aragorn Aragorn's Dolerzwaardeen ander zwaard bij zich tot aan het kampenement bij Dunharg waar Elrond hem het hersmeedde Anduril komt brengen en het advies om de Paden der Doden te nemen.
